Transalp Garmisch Riva een belevenis
Geplaatst op: 24-07-2010
Verslag Transalp Garmisch Riva van 21 juni t/m 27 juni 2010.
Zie ook Fotoalbums
Op zondagmorgen 20 juni was het dan zover, klaar voor vertrek richting Oostenrijk voor het avontuur dat Trans Alp heette. 700 km en 14.000 hoogtemeters moesten in zes dagen worden overwonnen. De fietsen waren zaterdag avond al naar Alwie gebracht en de koffers waren gepakt. Na de laatste koffie bij Ewald en nog wat bemoedigende woorden van buurman Gait Leus en Herman H.i.h.V. werd er koers gezet richting Duitse grens. Na enig zoeken werd deze achter Enschede dan toch gevonden. De reis verliep verder zonder noemenswaardige bijzonderheden behalve dat het in de buurt van Ulm begon te regenen. Eerst zachtjes maar dan steeds harder. Een slecht voorteken voor de komende week?
Er werd onderweg alvast vooruitgeblikt naar de komende dagen en er werden natuurlijk sterke verhalen verteld. Helemaal fit waren we eigenlijk geen van drie: Alwie had de hele week al last van een fikse verkoudheid, Ewald had een pittige buikgriep opgelopen en ik had wat problemen met mijn lies. (overbelasting?) De kreet m.o.i.g.n. zou deze week herhaaldelijk vallen. Wat dit betekent kan in dit reisverslag niet worden benoemd. Andere plekken zijn hiervoor beter geschikt. (schap bij Kottink)
Het eerste hotel "Alpenglühen” in Lermoos, was snel gevonden en de mensen van VASA SPORT waren aanwezig. Ook onze medefietsers waren voor het merendeel al gearriveerd en hieronder waren een aantal Belgen, veertien in totaal. Later in dit verslag zal hier nog de nodige aandacht aan worden besteed. In totaal bestond de groep uit 35 wielrenners en drie begeleiders van VASA SPORT. Voor het overige was er een groep uit omgeving Rotterdam, een groep uit Emmen en Amersfoort. Ook waren er nog enkele kleine groepjes en natuurlijk drie mensen van Wielertoerclub Geesteren, later in de week ook wel aangeduid als "Das Gelbe Gefahr”.
Om zes uur die avond volgde de eerste briefing en de groepen werden aan elkaar voorgesteld. Iedere groep had een kopman benoemd en het was natuurlijk Ewald die dat voor ons was. Er waren de gebruikelijk huishoudelijke mededelingen en er was een vooruitblik naar de route van maandag. Na de uitstekende maaltijd zocht iedereen al snel z’n bed op voor de eerste etappe.
Eerste etappe van lermoos naar Nauders.
Uitgerust en met een stevig ontbijt in onze magen vertrokken we om negen uur voor de eerste etappe. 125 kilometer en 2500 hoogtemeters stonden op het programma. Het regende pijpenstelen en al na enkele kilometers doemde de Fernpass op. Een niet zo lastige klim van enkele kilometers maar dan wel met veel regen en het nodige verkeer. De Fernpass is ook een drukke pas voor het vele vakantieverkeer. In de afdaling was het oppassen geblazen, de weg was nat en glad van de regen maar we kwamen veilig in het dal. We besloten in verband met het slechte weer in plaats van de sportroute de basic route te volgen.
Er volgden nog vijf zware dagen en om na een dag al ziek te worden daar hadden we niet veel zin in. We vervolgden de weg richting Nasareith en Imst en geleidelijk aan werd het weer beter. Anderhalf uur na de start was het droog en het weer begon zelfs aangenaam te worden. Bij een bushalte werden de regenjasjes uitgetrokken en Ewald kwam met het voorstel dat de bus ook geen slecht idee was. Het voorstel werd verworpen. De route liep langs mooie weggetjes en typische Oostenrijkse dorpjes met weinig verkeer. Een beetje klimmen en dalen en in Landeck aangekomen was het tijd voor de koffie met apfelstrudel.
Hierna ging het verder via Prutz en Ried richting Nauders. Het weer werd steeds beter en in goed overleg werd besloten om er een extra klim in te lassen van de extreme groep, zodoende kwamen we toch nog aan de vereiste hoogtemeters van de eerste dag. Dit betekende dat we naar Spiss moesten klimmen, een bergdorpje in Zwitserland. Grensverleggend dus. Vijftien kilometer klimmen en 650 hoogtemeters overbruggen. We waren nog fris en dat zouden we wel even doen. Dat viel tegen, de eerste echte klim van die dag en gelijk al in het begin meer dan 10 % stijging met daarna nog een stuk van 15 %. We hadden er een zware dobber aan. Op de top gekomen was onze navigator enigszins in de war en er volgden nog een aantal extra hoogtemeters. De afdaling was levensgevaarlijk maar wel adembenemend mooi en superspannend. Het wegdek was slecht en er we moesten ons een weg zoeken door een aantal zeer donkere tunneltjes. We zagen geen hand voor ogen en de lichtjes die we die ochtend hadden gekregen gaven veel te weinig licht af. Beneden aangekomen in Martina staken we de grens weer over naar Oostenrijk en er volgde nog een mooie maar niet al te lastige klim over de Norbertshöhe naar Nauders, met een stijgingspercentage van 5 %. De eerste etappe zat erop en we kwamen ondanks de klim naar Spiss net niet aan de 2600 hoogtemeters die we eigenlijk moesten hebben.
In het hotel aangekomen werd er natuurlijk genoten van een welverdiend pilsje. 's Avonds zou de grootste schnitzel van de wereld worden geserveerd maar Spalink komt goed mee!!
Tijdens de briefing was er aandacht voor de etappe van morgen naar de Stelvio. Het was nog niet zeker of deze door kon gaan want deze dag was de weg naar boven afgesloten geweest in verband met hevige sneeuwval en lawinegevaar. Pas dinsdagochtend zou duidelijk worden of de weg weer open kon worden gesteld.
Tijdens de briefing was er aandacht voor de etappe van morgen naar de Stelvio. Het was nog niet zeker of deze door kon gaan want deze dag was de weg naar boven afgesloten geweest in verband met hevige sneeuwval en lawinegevaar. Pas dinsdagochtend zou duidelijk worden of de weg weer open kon worden gesteld.
Tweede etappe van Nauders naar Prato allo Stelvio
Er was die morgen eerst nog enige stress omdat de gewassen kleding niet helemaal droog was. Gelukkig had Alwie (praktijkman als hij is) de oplossing gevonden, in de douche hing een föhn en die kon prima worden gebruikt. Misschien mee nemen naar het volgende hotel? Na een goed ontbijt moest Ewald eerst nog een steentje uit de buitenband van zijn voorwiel halen. Dit ging helemaal fout en er moest een nieuwe binnen en buitenband worden geplaatst. Blijkbaar had Ewald een vooruitziende blik!! Het weer was die ochtend een stuk beter en de zon scheen, het beloofde een mooie dag te worden. Er werd bekend gemaakt dat de Stelvio pas weer was geopend maar dat er nog wel rekening moest worden gehouden met sneeuw op de weg. Op het programma stond een rit over 110 kilometer en 2400 hoogtemeters. De hoogtemeters zaten voornamelijk in de 26 kilometer lange klim naar de top van de Stelvio. Deze etappe was een van de hoogtepunten van deze Trans Alpe. Het begin van de route ging via mooie weggetjes en brede fietspaden langs de Reschensee over de Reschenpas. In de Reschensee stak de kerktoren van het ondergelopen dorpje nog boven het water uit.
Er was die morgen eerst nog enige stress omdat de gewassen kleding niet helemaal droog was. Gelukkig had Alwie (praktijkman als hij is) de oplossing gevonden, in de douche hing een föhn en die kon prima worden gebruikt. Misschien mee nemen naar het volgende hotel? Na een goed ontbijt moest Ewald eerst nog een steentje uit de buitenband van zijn voorwiel halen. Dit ging helemaal fout en er moest een nieuwe binnen en buitenband worden geplaatst. Blijkbaar had Ewald een vooruitziende blik!! Het weer was die ochtend een stuk beter en de zon scheen, het beloofde een mooie dag te worden. Er werd bekend gemaakt dat de Stelvio pas weer was geopend maar dat er nog wel rekening moest worden gehouden met sneeuw op de weg. Op het programma stond een rit over 110 kilometer en 2400 hoogtemeters. De hoogtemeters zaten voornamelijk in de 26 kilometer lange klim naar de top van de Stelvio. Deze etappe was een van de hoogtepunten van deze Trans Alpe. Het begin van de route ging via mooie weggetjes en brede fietspaden langs de Reschensee over de Reschenpas. In de Reschensee stak de kerktoren van het ondergelopen dorpje nog boven het water uit.
Ook kwamen we de eerste fruitboomgaarden en wijnranken tegen. In Prato allo Stelvio aangekomen werd er eerst flink gebunkerd voordat de grote klim kon beginnen. 26 kilometer lang, 48 haarspeldbochten en meer dan duizend hoogtemeters. Ewald vertrok al na een kilometer en de eerste paar kilometer hadden we hem nog in het zicht. We zagen hem pas terug boven op de Stelvio met minstens twintig minuten voorsprong. De eerste kilometers waren vrij gemakkelijk maar geleidelijk aan werd het steiler. Na een dorpje en de brug over de rivier de Stelvio kwamen we boven de boomgrens. Het werd allengs kouder en we zagen de eerste sneeuwbulten langs de kant van de weg. Heel in de verte lonkte de top van de Stelvio maar er was nog een lang weg te gaan. Je ziet een heleboel haarspeldbochten in de sneeuw naar boven en het zou nog een hele klim worden. Er lag steeds meer sneeuw en kleine sneeuwlawines versperden af en toe de doorgang voor auto’s maar niet voor wielrenners. Ook waren hier nog sneeuwschuivers aan het werk.
Voor een van deze sneeuwschuivers heeft Ewald nog tien minuten staan te wachten. Hoe hoger we kwamen hoe meer sneeuw of er lag. Af en toe fietsten we tussen metershoge sneeuwmuren door. Langzaam aan begonnen de krachten wat af te nemen maar de top kwam in zicht. Na twee uur en vijftien minuten klimmen hadden we de top bereikt. Het hoogste punt van deze Trans Alpe. waar Ewald binnen al een tijdje op ons zat te wachten. Er werd koffie en cola gedronken en wat gegeten en de afdaling van veertig kilometer !!! kon beginnen. We daalden af via de Umbrailpass en deze was tijdelijk afgesloten voor auto’s en motoren in verband met wegwerkzaamheden.. Vrije val naar beneden dus. De weg was sneeuwvrij en we hadden geen last van tegenliggers. Het werd een bijzonder mooie afdaling door het natuurpark van de Stelvio met schitterende uitzichten en veel bergmarmotten. (Murmeltiere) Ook moeste er nog een stukje onverharde weg worden overbrugd en de route ging vervolgens door een breed groen bergdal richting Pratoallo Stelvio. 's Avonds lekker gegeten, gezellig voetbal gekeken, en nagezeurd over de tocht en Schopperts- Jan.
Derde etappe van Prato allo Stelvio naar Leifers
Vanmorgen keken we door het slaapkamerraam eerst nog even naar de besneeuwde toppen van de Ortlergruppe, de bergketen waartoe de Stelvo behoort. De Stelvio zelf was vanuit het hotel niet te zien. De etappe van vandaag ging over 130 kilometer en 2000 hoogte meters.We begonnen met een lange flauwe afdaling van ongeveer zestig kilometer tot aan Merano. In deze afdaling zat nog een korte klim van drie kilometer maar wel een stijgingspercentage van 10 %. Daarna volgde een bijzonder mooie route naar Merano. Veel mooie brede fietspaden door prachtige boomgaarden en snelstromende riviertjes. Af en toe kregen we een welkome douche van een beregeningsinstallatie want het beloofde een warme dag te worden. We fietsten door mooie echte Italiaanse dorpjes en in Merano werd het tijd voor koffie met gebak. Hier zat Ewald even met de handen in het haar maar daar was bij de beklimming van de Gampenpass niets meer van te merken. Een mooie goed lopend klim van 18 km met een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 6 %. Ewald was uiteraard als eerste boven met ondergetekende op zes minuten en Alwie op zeven minuten. Op de top van de Gampenpass werd genoten van een welverdiend bord spaghetti en er volgde een korte afdaling. Hierna moest de Passo Mendela worden bedwongen. Een korte klim van zeven kilometer en gemiddeld vier % stijging. Op de top een schitterend uitzicht over het gedeelte van de Dolomieten waar we in 2007 met de WTCG hebben vertoefd. Er moest maar liefst 1400 meter gedaald worden over een afstand van 35km. Een lange afdaling met veel haarspeldbochten en prachtige uitzichten op het dal en de meren beneden ons. Aangekomen in het dal was er een stukje van de route over een oude verharde spoorlijn. De overgangen en tunnels waren nog aanwezig. Ook was er nog een bevallige Italiaanse wielrenster die ten prooi viel aan onze blikken. Ze had er al gauw genoeg van en verdween in de verte. . Leifers kwam in zicht en het was een mooie etappe geweest.
Vanmorgen keken we door het slaapkamerraam eerst nog even naar de besneeuwde toppen van de Ortlergruppe, de bergketen waartoe de Stelvo behoort. De Stelvio zelf was vanuit het hotel niet te zien. De etappe van vandaag ging over 130 kilometer en 2000 hoogte meters.We begonnen met een lange flauwe afdaling van ongeveer zestig kilometer tot aan Merano. In deze afdaling zat nog een korte klim van drie kilometer maar wel een stijgingspercentage van 10 %. Daarna volgde een bijzonder mooie route naar Merano. Veel mooie brede fietspaden door prachtige boomgaarden en snelstromende riviertjes. Af en toe kregen we een welkome douche van een beregeningsinstallatie want het beloofde een warme dag te worden. We fietsten door mooie echte Italiaanse dorpjes en in Merano werd het tijd voor koffie met gebak. Hier zat Ewald even met de handen in het haar maar daar was bij de beklimming van de Gampenpass niets meer van te merken. Een mooie goed lopend klim van 18 km met een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 6 %. Ewald was uiteraard als eerste boven met ondergetekende op zes minuten en Alwie op zeven minuten. Op de top van de Gampenpass werd genoten van een welverdiend bord spaghetti en er volgde een korte afdaling. Hierna moest de Passo Mendela worden bedwongen. Een korte klim van zeven kilometer en gemiddeld vier % stijging. Op de top een schitterend uitzicht over het gedeelte van de Dolomieten waar we in 2007 met de WTCG hebben vertoefd. Er moest maar liefst 1400 meter gedaald worden over een afstand van 35km. Een lange afdaling met veel haarspeldbochten en prachtige uitzichten op het dal en de meren beneden ons. Aangekomen in het dal was er een stukje van de route over een oude verharde spoorlijn. De overgangen en tunnels waren nog aanwezig. Ook was er nog een bevallige Italiaanse wielrenster die ten prooi viel aan onze blikken. Ze had er al gauw genoeg van en verdween in de verte. . Leifers kwam in zicht en het was een mooie etappe geweest.
Vierde etappe van Leifers naar San Martino (koninginnerit)
Voor vandaag stond er de op papier zwaarste etappe van de week op het programma. De rit ging over 95 kilometer en 2610 hoogtemeters. De etappe was zo zwaar omdat er eigenlijk allen maar geklommen moest worden. De eerste 15 kilometer was vals plat en de laatste tien kilometers waren afdaling. Na het stuk vals plat begon de steile klim over een lengte van tien kilometer en moest een hoogteverschil van 1000 meter worden overbrugd. Hier wachtte de top van de Passo di Prmadiccio. Gemiddeld was dit een stijging van 10 %. Hierin zaten een stuk van drie kilometer met een stijgingspercentage van 18 %, hierna volgde nog een stuk van drie kilometer met een stijgingspercentage van 14 %. Loodzwaar dus. Uiteraard was Ewald als eerste boven en gaf de Belgen nog een lesje in klimmen. Hij kreeg zowaar een aanbieding om voor de Belgische ploeg te komen rijden. Na overleg met de beide andere ploeggenoten werd dit aanbod resoluut afgeslagen. Er moest ook nog mooi verteld worden en gekeken naar S.W. tijdens de volgende etappes. Alwie was vandaag in goeden doen en bereikte redelijk fris de top.
Voor vandaag stond er de op papier zwaarste etappe van de week op het programma. De rit ging over 95 kilometer en 2610 hoogtemeters. De etappe was zo zwaar omdat er eigenlijk allen maar geklommen moest worden. De eerste 15 kilometer was vals plat en de laatste tien kilometers waren afdaling. Na het stuk vals plat begon de steile klim over een lengte van tien kilometer en moest een hoogteverschil van 1000 meter worden overbrugd. Hier wachtte de top van de Passo di Prmadiccio. Gemiddeld was dit een stijging van 10 %. Hierin zaten een stuk van drie kilometer met een stijgingspercentage van 18 %, hierna volgde nog een stuk van drie kilometer met een stijgingspercentage van 14 %. Loodzwaar dus. Uiteraard was Ewald als eerste boven en gaf de Belgen nog een lesje in klimmen. Hij kreeg zowaar een aanbieding om voor de Belgische ploeg te komen rijden. Na overleg met de beide andere ploeggenoten werd dit aanbod resoluut afgeslagen. Er moest ook nog mooi verteld worden en gekeken naar S.W. tijdens de volgende etappes. Alwie was vandaag in goeden doen en bereikte redelijk fris de top.
Gerrit had behoorlijk moeite met de steile hellingen en kon nauwelijks zes km. per uur halen. Er volgde een korte afdaling en de klim naar de Passo Lavaze kon alweer beginnen.
Dit was een goedlopende klim van elf kilometer waarin achthonderd hoogtemeters moesten worden overbrugd. In de afdaling werd er al uitgekeken naar een restaurant want de hongerklop zat er aan te komen. Op de kruising naar de San Pelligrigno stond een leuk restaurantje maar de Geesterense zuinigheid werd ons hier de baas. Er werd verder afgedaald naar Bellamonte. Hier werd er een flink bord spaghetti gegeten. De tocht ging verder naar de top van de Passo Lolle. Een lange klim van ruim twintig kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van vijf %. In het midden was er nog een redelijk vlak gedeelte van ongeveer vijf kilometer. Het venijn zat in de eerte en de laatste zes kilometer. Over het algemeen een klim die goed te doen was. Er volgde een korte afdaling van tien kilometer naar het prachtige bergdorpje met de mooie naam San Martino.
Wederom waren we weer als eerste gearriveerd en werd er een goed glas bier genuttigd op het terras met een fantastisch uitzicht op de Dolomieten. Er werd nog gekeken naar de wedstrijd Kameroen Nederland en er werd nog een extra pilsje gedronken op de overwinning van Nederland.
Vijfde etappe van San Martino naar Spera.
Vandaag een niet al te lastige etappe over 110 km. en 2300 hoogtemeters. Het venijn zat in de staart. We begonnen met een mooie afdaling waar een vrachtwagen voor een aantal personen roet in het eten gooide. De chauffeur dacht waarschijnlijk net zo over ons want in het dal volgde een serenade van zijn claxon en de welbekend middelvinger. Er volgde een korte makkelijke klim naar de Passo Gobbera. Zes kilometer lang en gemiddeld nog geen vijf procent stijging.
In de aanloop naar de Passo Brocon moest een klein stukje worden gedaald en het was tijd voor de dagelijkse koffie. In een klein smoezelig restaurantje met een "smutzige” kelnerin werd koffie en appeltaart besteld. De appeltaart was niet voorhanden en de dame in kwestie kwam aanzetten met chocoladebiskwie in plastic.
Vandaag een niet al te lastige etappe over 110 km. en 2300 hoogtemeters. Het venijn zat in de staart. We begonnen met een mooie afdaling waar een vrachtwagen voor een aantal personen roet in het eten gooide. De chauffeur dacht waarschijnlijk net zo over ons want in het dal volgde een serenade van zijn claxon en de welbekend middelvinger. Er volgde een korte makkelijke klim naar de Passo Gobbera. Zes kilometer lang en gemiddeld nog geen vijf procent stijging.
In de aanloop naar de Passo Brocon moest een klein stukje worden gedaald en het was tijd voor de dagelijkse koffie. In een klein smoezelig restaurantje met een "smutzige” kelnerin werd koffie en appeltaart besteld. De appeltaart was niet voorhanden en de dame in kwestie kwam aanzetten met chocoladebiskwie in plastic.
Niet te vreten volgens Schoppert. Er volgde nog een kleine ruzie met de huiskat en het werd tevens tijd voor een vraaggesprek met de eigenaresse. Al bij de eerste vraag was het hommeles. Er werd namelijk gevraagd naar de prestaties van het Italiaans elftal en een bits "Azzuri Finito” was het venijnige antwoord. Lachend vervolgden we onze weg.
Er werden nog wat foto’s gemaakt bij een brug met een prachtig uitzicht over de rivier om daarna te beginnen aan de klim naar de toppen van de Passo Brocon. Een klim van ruim 14 kilometer. Een makkelijke aanloop van vijf kilometer met daarna zes kilometer behoorlijk stijl. Ongeveer negen % gemiddelde stijging. De laatste drie kilometer waren nagenoeg vlak. Er werd nog een poging gedaan om Ewald in de klim te verslaan maar dit werd in de kiem gesmoord en halverwege de klim had Ewald de situatie weer onder controle. Op de top werd er genoten van een lekker bord pasta met voor Ewald nog een extra schnitzel. Er volgde een prachtige afdaling waarin nog tijd was om een stukje film op te nemen. Zoals reeds gezegd zat het venijn in de staart. Er volgde nog een vieze klim van ongeveer zes kilometer met gemiddeld acht procent stijging. De krachten werden minder en we waren allemaal blij dat we boven waren. Maar het eind was nog niet in zicht! Na een mooie korte afdaling kregen we nog een klim voor de kiezen die ons nog lang zou heugen Op het heetst van de dag (33 Graden c) moest er nog bijna drie kilometer geklommen worden om het hotel te bereiken. Het stijgingspercentage was constant tussen de 17 en 20 %.
Na veel gevloek en getier, smalle straatjes en auto’s die in de weg reden werd het hotel bereikt. De beloning mocht er zijn, een fenomenaal uitzicht op het dal met daarachter de bergketen van Valsugana. Opnieuw waren we bijna als eerste bij het hotel. We waren toe aan rust!!! Het terras werd opgezocht en een koel glas bier ging er in als koek. ’s Avonds was het diner erg rommelig maar dit was nog niets vergeleken bij het ontbijt van zaterdagmorgen, maar hierover later meer. Er werd die avond besloten dat we het de laatste dag iets rustiger zouden aandoen. Dat betekende niet minder kilometers maar wel minder hoogtemeters.
Slechts duizend hoogtemeters moesten worden overbrugd. Dit gaf de burger moed. Het werd die avond van alles een beetje meer maar van slaap een beetje minder. Het bier smaakte goed en de verhalen deden de ronde. En dan weet je het wel. (m.o.i.g.n.). Er was nog een drammerige Duitser uit Dusseldorf maar daar werd kort mee afgewerkt. (vertrekken) Ruim na één uur werd het bed opgezocht.
Zesde etappe van Spera naar Riva del Garda.
Het begon deze ochtend al helemaal verkeerd. Blijkbaar kon de plaatselijke bakker de steile weg naar boven niet overwinnen want er waren geen broodjes bij het ontbijt. Ook het koffieapparaat gaf de geest wat resulteerde in koude koffie en kwade wielrenners. Gelukkig hadden wij de nodige calorieën de vorige avond al binnen gekregen. (één glas bier is goed voor twee boterhammen met kaas) Regeren is vooruitzien!! Zoals gezegd zouden we het vandaag allemaal wat rustiger aan doen. Er werd direct al naarstig gezocht naar een gelegenheid om koffie te drinken met natuurlijk broodje na het debacle van deze ochtend. Alwie ontdekte een klein maar goede gelegenheid bij een soort van picknickplaats. We deden ons tegoed aan lekkere tosti’s en een paar goede koppen koffie. (de boterhammen met kaas van de avond tevoren waren inmiddels uitgewerkt) Natuurlijk was Schoppert ons met het eten ook hier de baas.
De route werd vervolgd maar bleek toch lastiger dan was voorzien. De hele weg was er tegenwind en voortduren ging het vals plat naar boven. Het was echt afzien. Er vond nog een fotoshoot plaats aan het meer van Caldonazzo en er werd nog een broodje genuttigd in Folgaria. Aan de natuur kon je zien dat je steeds zuidelijker kwam. Bloeiende Oleanders en statige Cypressen waren overal aanwezig. Om ongeveer 14.15 uur bereikten we Riva del Garda. Vanuit de verte kon je het meer al zien liggen tussen hoge bergkammen. Het einde van dezeTrans Alpe was in zicht. Het doel was bereikt. Er werd gedoucht en gegeten en om zes uur werd de fietsen in de aanhanger geladen en werd met de touringcar aan de terugreis naar Lermoos begonnen. We arriveerden om kwart voor tien en er werd nog wat nagepraat over de afgelopen week en rond twaalf uur werd het bed opgezocht.
De volgende ochtend ging het met grote geschwindigheit richting Geesteren. Terug naar huis waar familie op ons wachtte.
Terugkijkend kunnen we zeggen dat het een mooie ervaring was waar we trots op kunnen zijn. We hebben in een goede sfeer een mooie prestatie neer gezet waar we met veel voldoening op terug kunnen kijken. Het waren prachtige routes met af en toe misschien wel iets te steile bergen maar dat mocht de pret niet drukken. Ook over de organisatie van VASA SPORT zijn we erg tevreden. De routes waren mooi met uitschieters op de dinsdag en de woensdag. De hotels en het eten waren prima met uitzondering van het ontbijt in Spera. Ook de organisatie er omheen was goed en er hebben zich geen ongelukken en/of materiaalpech voorgedaan.
Misschien iets voor meer leden van de WTCG?????
Gerrit Evers
Reacties:
Er zijn geen reacties

