Monte Zoncolan, de verschrikkelijke berg

Als je na drie dagen fietsen in de bergen rondom de Wörthersee daarna je vakantie een uurtje rijden verderop doorbrengt, dan is er voor de liefhebber maar één berg die je daar wilt fietsen: de Monte Zoncolan. Deze mythische berg die beroemd en berucht is geworden door de Giro ‘d Italia en vanaf 2003 zes keer opgenomen is als finishplaats. De laatste in 2018 kunnen we ons allemaal herinneren door de overwinning van Chris Froome die hier alles en iedereen op minuten fietste en zijn zege in de Giro hier veiligstelde. De enige Nederlandse die hier won was Annemiek van Vleuten in 2018. De berg ligt in noord oost Italië in de provincie Friuli-Venezia Giulia. Een mooie naam voor een voor de meeste mensen onbekend gebied grenzend aan Oostenrijk en Slovenië. De Monte Zoncolan claimt ondertussen de titel van zwaarste col van Europa te zijn.

Heel steil

Er zijn vele cols in dit gebied te beklimmen waaronder deze Monte Zoncolan. De klim is niet zo heel lang, “slechts” tien kilometer vanaf Ovaro. Maar hij is steil, extreem  steil. Steiler dan de Mortirolo, en zwaarder dan de Stelvio die toch ruim 20 kilometer lang is. De klim start in Ovaro en de eerste twee kilometers zijn goed te doen. In het dorpje Liariis ga je van bijna vlak naar in één keer 17 procent. Er hangt en spandoek met de tekst  “WELKOM IN DE HEL” Over motiveren gesproken. Hier begint het steile gedeelte. Je fietst de komende zes kilometer constant tussen de 15 en 18 procent met stukjes van 20 tot 22 procent. De laatste twee kilometer wordt het wat gemakkelijker. Op de top een kaal stuk asfalt en een houten gebouwtje waar wat drinken wordt verkocht

Aan de voet van de klim van de Monte Zoncolan

Afzien

Voordat ik aan de klim begon heb ik de dag ervoor een tocht gemaakt van 45 kilometer met 1000 redelijk makkelijke hoogtemeters. De volgende dag In aanloop naar de start in Ovaro heb ik eerst elf kilometer gefietst vanaf Esemon di Sotto met ongeveer vierhonderd hoogtemeters om warm te draaien. Agnes was mee met de auto dus de verzorging onderweg was prima geregeld. Het voelde goed dus ik kon de rit met vertrouwen tegemoet zien. In Ovara nog gauw even koffie met gebak  gedaan met Agnes en de rit kon beginnen. Het was 10.45 uur en 28 graden dus al redelijk warm. De start was veelbelovend. De eerste twee kilometers waren vrij eenvoudig maar bij Liariis begon de ellende. Van bijna vlak naar 17 procent. Het voelde loodzwaar aan. In het begin denk je: “als ik dat maar volhoud”. Je verlegd je focus. Geen gedachten meer aan steilheid, procenten of moeilijkheid, maar alleen maar denken aan het feit dat je dit “maar” zes kilometer hoeft vol te houden. De eerste drie kilometers  waren echt loodzwaar. Iedere 100 meter leek wel een kilometer. Normaal stop ik niet tijdens een klim maar dit was van een heel andere orde. Je kunt tijdens het fietsen niet drinken. Het kost te veel energie. Af en toe komt het voorwiel iets los van de weg. Oppassen en geconcentreerd blijven.

De borden bij iedere 500 meter

Je kunt ook niet stoppen op een steil stuk want je krijgt het niet weer aan het fietsen. De enige mogelijkheid is in een haarspeldbocht even stoppen en dan wat drinken. Het tempo zakt af en toe naar een bedenkelijke vijf kilometer per uur. Het is alleen maar zorgen dat de pedalen rond blijven draaien. Na ongeveer drie kilometer gaat het wat beter. Geen onbekend verschijnsel. Nog “maar” drie kilometer steilheid dus. Ik voel mijn spieren en mijn hamstrings door de constante zware druk die er op staat. Vooral hopen dat het goed gaat en dat je niet met een blessure af moet stappen. Ik ben drie keer afgestapt om wat te drinken. Langs de kant van de weg staan bij iedere vijfhonderd meter borden met foto’s en een stukje tekst van bekende top wielrenners. Er was geen Nederlander bij. De temperatuur zakt naar ongeveer 25 graden.

De laatste kilometer naar boven

De laatste meters

Bij kilometer acht veranderd het landschap. Er staan bijna geen bomen meer en je voelt dat het niet lang meer gaat duren voordat je boven bent. Het is ook iets minder steil en tien procent voelt als een bevrijding. Er komen nog twee tunneltjes en dan kun je het eindpunt zien. Nog een laatste steil stuk en het is net of je over een rand naar beneden fietst. Het is gelukt en de vuist gaat triomfantelijk omhoog. Wat een voldaan gevoel. Ik heb geen auto gezien tijdens de klim alleen die met Agnes. Wel waren er een aantal motoren en een enkele afdalende wielrenner. Ik ben niemand (uiteraard) gepasseerd en er is mij ook geen wielrenner voorbij gefietst. Boven heb je een fantastisch uitzicht op de omliggende toppen van de Karnische Alpen.

Terugkijkend kan ik zeggen dat het de zwaarste klim ooit is die ik heb gefietst maar je moet hem wel “gedaan” hebben.

YES !! Op de top van de Monte Zoncolan